Cursus Creatief Schrijven: Week 3-4

Vervolg op: Cursus Creatief Schrijven: Week 2

Op 16 november was het thema: personages. Achteraf zou dit mijn favoriete onderdeel zijn. Hoe breng je een personage in je verhaal tot leven?
Allereerst kregen we een aantal foto's voor ons waaruit we, zonder dat hardop te zeggen, één van uit moesten kiezen. Voor deze foto moesten we een personage dossier van maken. Welke eigenschappen had deze persoon? Wat is zijn/haar achtergrond? Zijn/haar karakter? Zelf koos ik voor een jongetje van een jaar of zes. De volgende stap was een fictief gesprek in een kattencafé te voeren met één van de medecursisten als jouw personage. Stap drie was dan een verhaal in de ik-persoon schrijven over dit gesprek. Hieruit kwam het volgende verhaal.

Opdracht 4: Het kattencafé

Ongeduldig zit ik op Papa te wachten tot hij mijn warme chocomelk met slagroom brengt. Het is een heel leuk restaurantje want op mijn schoot ligt een lieve poes uitgebreid te knorren. Dat heb ik in Zweden nog nooit gezien.
Opeens komt er een vreemde oude meneer bij me zitten. Hij stelt zich voor als Jan.
Jan is schilder en zegt dat ie wijn lekker vind. Dat Jan ook tekent vind ik leuk, ik teken ook graag, maar wijn? Bah! Wijn is vies. Dat mag ik ook nog niet eens. Ik ben toch pas zes?!
Jan vraagt of ik kan schaken. Nee, maar leer het me maar. Ik ben heel slim dus kan het vast wel heel goed!
Vanaf de bar kijkt Papa op. Wat doet die vreemde meneer bij Gerald? Hij komt naar ons toe en begroet de meneer. Het blijkt zijn oude meester te zijn van toen Papa gewoon nog hier in Nederland woonde en in Ermelo naar school ging. Wat toevallig!
Papa en meneer Jan raken in gesprek terwijl ik stilletjes van mijn chocolademelk geniet met de poes diep in slaap op mijn schoot.


Na deze opdracht, die gewoon tijdens de les gedaan werd, was het tijd voor de thuisopdracht. Een fictief verhaal met uitgediepte personages. De hoofdpersoon moest tot in de details uitgewerkt worden. Dan heb je ook nog de bijrollen welke ook belangrijk zijn voor het verhaal maar iets minder details nodig heeft. Als laatste heb je de flat-characters, welke gewoon voorbij komen maar geen belangrijke rol spelen voor het verhaal. Bijvoorbeeld de bakker waar je een brood haalt. Deze hoef je dan ook niet heel uitgebreid te omschrijven. De opdracht was schrijf een verhaal van ongeveer vijfhonderd woorden. Deze opdracht is bij mij ietwat uit de hand gelopen. Met een verhaal met twee hoofdpersonen, twee bijrollen en één flat-character en bijna elfhonderd woorden ging ik ruim over de richtlijnen heen. Maar zoals gezegd bleek ik hier erg veel plezier uit te halen. En omdat we voor dit verhaal maar liefst twee weken de tijd kregen, omdat er volgende week geen les zou zijn, kwam er elke dag wel weer een stukje bij. Een kleine inside joke is dat ik vrijwel alle vorige opdrachten van de cursus in het verhaal verwerkt heb, haal jij ze eruit? Maak kennis met Ginny en Gerald.

Opdracht 5: Ginny & Gerald

Het is de zomer van 2036. Terwijl Papa op zijn stoel op de veranda voor niets anders oog heeft dan zijn brief die hij aan het schrijven is gaan Ginny en Gerald in de achtertuin helemaal op in hun eigen wereld. Gerald, zes jaar oud, zit op het gras aan de rand van het bos dat aan de ruime achtertuin grenst. Daar zit hij driftig in zijn kleurboek te tekenen. Zijn grote zus van tien schommelt wat op en neer op de schommel die haar ouders aan de oude boom in het midden van de tuin hebben opgehangen en neuriet een eigen bedacht liedje terwijl het zachte zomerbriesje voorzichtig met haar lange donkere krullen speelt. In de verte klinkt zachtjes het geritsel van blaadjes alsof ze meezingen op de melodie van Ginny’s zelf bedachte deuntje.
Opeens komt Papa om de hoek kijken. “Ginny, Gerald, ik ga heel even deze brief op de post doen, ik ben zo terug, als er wat is is mama bij buurman Marcus. Lief zijn voor elkaar hé?” Broer en zus kijken elkaar met rollende ogen aan: “ja-ha” zeggen ze in koor.

Terwijl Gerald weer helemaal opgaat in zijn kleurplaat springt Ginny van de schommel en loopt richting het kleine, knusse huisje. Ruim een jaar geleden zijn Ginny en Gerald met hun ouders hier heen verhuist vanuit Nederland met het geld dat hun vader verdiend heeft als internationale topfotograaf. Hun kleine paleisje noemen hun ouders dit vrijstaande huisje in het Zweedse plaatsje Järna liefdevol. In het begin was het wel lastig een vreemd land en een vreemde taal. Maar al snel raakte het jonge gezin gewend aan de op zich zelf zijnde, maar vriendelijke mensen en met het rustige plattelandsleven omringd door de vele bossen en meren. Gerald sprak na enkele maanden al vloeiend Zweeds. Ginny heeft nog steeds moeite met de taal, met al die rare klanken. Het lijkt wel een sprookjestaal.
“Wil je ook wat drinken?” vraagt Ginny aan haar broertje. “Ja, lekker wat sinas!” waarop Ginny met haar meest volwassen grote zus stem reageert, die verdacht veel op die van haar moeder lijkt: “Het is nog geen weekend, dus dat mag nog niet!” “Nou doe dan maar wat ranja ofzo” antwoord Gerald met zijn armen over elkaar en een gezicht alsof zijn zus hem zojuist verteld heeft dat ie zijn hele leven lang moet nablijven op school.

Terwijl Ginny de ranja aan het inschenken is in de keuken hoort ze opeens een harde gil. Dat lijkt Gerald wel. Van schrik laat ze het glas met de nog onverdunde rode, vieze plakkerige vloeistof uit haar handen vallen. Het goedje stroomt over de keukenvloer tussen de glasscherven door als bloed uit een low-budget horror film. Ginny besteed hier verder geen aandacht aan maar rent zo hard als haar korte beentjes haar kunnen dragen naar buiten.
Als ze de deur uitstapt ziet ze haar broertje languit op zijn rug op de grond liggen. Zijn kleurboek verscheurt en verkreukeld naast hem en zijn kleurpotloden gebroken en verspreid over de grond. Boven hem hangt een enorm beest van minstens zeshonderd kilo. Zijn grote imposante gewei naar beneden gericht. Kleine donkere ogen kijken Gerald diep in de ogen aan. Ginny heeft zijn vaak zo bijdehante broertje nog nooit zo bang gezien. De tranen schieten in zijn angstige helderblauwe ogen. Ginny twijfelt geen moment en rent naar haar broertje toe en grijpt hem in zijn kraag om hem daar weg te trekken. Maar juist op dat moment begint het beest te steigeren en komt bij het landen in contact met de enkel van Gerald. Hij schreeuwt het uit van de pijn. Uit pure wanhoop schreeuwt Ginny het uit: “STOP!” Tot haar eigen verbazing komt het dier tot stilstand en kijkt het meisje met vragende ogen aan. Een groot contrast met de blik in Geralds ogen die nog steeds vol met angst zijn, maar deze keer met een vleugje verbijstering en niet langer op de eland maar op zijn zus gericht. Zijn mond hangt half open. Opeens hoort Ginny een stem, maar deze komt niet van Gerald die nog steeds met stomheid geslagen is. “Sorry mevrouw, normaal ben ik niet zo opvliegend. Maar ik stond rustig van wat heerlijke blaadjes te genieten in het bos toen ik opeens bekogeld werd door dennenappels door dat snotjochie hier.” zegt de stem. Ginny kijkt om zich heen en opeens komt het besef dat de stem afkomstig is van de eland die zojuist bijna boven op haar broertje stond. Ginny wankelt naar achteren, maar weet zich net op tijd te herstellen en zegt met een klein piepstemmetje: “Kan je praten?” Ondertussen weet Gerald zich langzaamaan te herstellen. Hij kan nog net uitbrengen: “wa- wa- wat zei je?” “Hoe bedoel je, wat zei je? Dat hoorde je toch? Ik riep stop omdat dat beest op het punt stond jou tot appelmoes te vertrappen en nu zegt hij opeens dat jij hem met dennenappels bekogeld.” “Hoe bedoel je? Ik hoor alleen gegrom en gehinnik. Zowel van jou als van dat lompje rot beest.” De Eland snuift een keer door zijn snuit waardoor Gerald achter uit kruipend en strompelend snel achter zijn zus gaat verschuilen. “Ik ben geen lomp rot beest. Ik ben een edel dier, ik ben een eland en mijn naam is Ebba” zegt de eland met zijn snuit in de lucht en zijn borst vooruit. “Hij zegt dat hij Ebba heet” vertaald Ginny. “Ebba? Zweeds voor dappere beer? Wat is er zo dapper aan een klein onschuldig jongetje te vertrappen?” foetert Gerald terug, die duidelijk alweer wat meer praatjes begint te krijgen nu Ebba wat rustiger geworden is. “En trouwens… ik was hier gewoon rustig aan het tekenen. Ik heb geen dennenappel aangeraakt. Ebba lijkt het verhaal van Gerald te snappen en vraagt aan Ginny: “wat denk jij? Vertelt hij de waarheid?” “Mijn broertje liegt niet. Maar wie heeft jou dan wel bekogeld? En waarom kan ik jou opeens verstaan en met je praten? Dat moeten we uitzoeken. Kan je ons eens mee nemen naar waar het allemaal begon?” Ebba drukt zijn snuit voorzichtig tegen de wang van Gerald aan als verontschuldiging, waarna Gerald een klein trillend handje uitsteekt en hem over zijn kop aait. Vervolgens keert Ebba zich om en loopt langzaam weer terug het bos in met Ginny en Gerald vlak achter hem aan. Op onderzoek naar wie zo’n mooi en lief beest toch pijn zou willen doen.

 

Reageer



Copyright 2023 JR Design & Photography ©  All Rights Reserved