Afgezien van de geweldige zaterdagavond en het fijne hostel waarin ik verbleef, ben ik eigenlijk al een aantal dagen klaar met Tsjechië. Daarom sla ik enkele dingen die ik nog wilde bezoeken vandaag over en besluit ik al vroeg te vertrekken uit Praag.
Hooguit twee uurtjes na het uitchecken in Sophies Hostel nader ik al de grens met Oostenrijk. Vooralsnog was het veel Tsjechische snelwegen wat de klok sloeg, maar zodra ik het blauwe bord, dat aan geeft dat ik Oostenrijk binnenrijd, passeer lijkt het wel alsof ik in een andere wereld ben beland. Direct ben ik omgeven door heuvels, die naar mate ik verder het land intrek veranderen in hoge bergen, en groene velden. Het lijkt wel een scene uit ‘The sound of music’ waar mijn moeder vroeger altijd zo graag naar keek. Ook hier stuit ik weer op de bekende bergweggetjes. Al zijn deze misschien nog wel wat steiler en hoger dan die in Tsjechië, ik kom er een stuk makkelijker doorheen dan een week geleden. Dit komt wellicht omdat ik inmiddels al een week ervaring in dit soort wegen heb, maar het heeft wellicht ook wat te maken met dat de Oostenrijkse chauffeurs een stuk relaxter en beheerster rijden dan hun noorderburen.
Ik plaats mijn auto op de parkeerplaats waar ik uitkijk over de Alpen en ga op zoek naar de eigenaar. Lang hoef ik niet te zoeken want er komt al direct een man mij tegemoet gelopen. Hij geeft mij direct, in vloeiend Engels, wat uitleg. Hij vertelt me dat ik mijn auto beter aan de parkeerplaats aan de wegkant kan parkeren, dat is dichter bij de tenten, en hij geeft me vervolgens een kleine rondleiding. Ik ben niet op een standaard camping, maar het is eigenlijk de achtertuin van een schattige plattelandswoning. Ik bevind me in een organische bloementuin welke vol staat met indrukwekkende zonnebloemen, andere sierbloemen en veel fruitbomen en waar de twee katten en vele kippen vrij rond kunnen rondlopen. Ik maak direct een filmpje voor Lisanne. Niet voor het eerst deze reis vind ik het jammer dat zij er niet bij kan zijn. Zij had deze kampeerplaats geweldig gevonden! Zelf vind ik het vooral jammer dat het voor mij geen zin heeft wat plantjes of bloemen bij de hoogzwangere vrouw die dit allemaal met liefde onderhoud te kopen. Die zullen, vrees ik, niet tot het einde van mijn reis overleven.
Ik loop terug naar mijn auto en parkeer hem op de aangewezen plaats, maar voordat ik mijn tent uit de auto pak bel ik eerst mijn moeder om te melden dat ik inmiddels in Oostenrijk ben aangekomen. Terwijl ik rustig aan het bellen ben, zie ik in mijn ooghoek een fietser, bepakt en bezakt wat in de rondte kijken. “Een klant voor het bloemenstalletje wellicht? Een andere campinggast?” Ik besteed er verder geen aandacht aan en sluit rustig het gesprek met mijn moeder af. Ik loop met mijn spullen richting het grasveldje. Onderweg passeer ik een ander tentje dat eenzaam en alleen op dit veldje staat. De eigenaren zijn nog nergens te bekennen. Terwijl ik mijn spullen aan het uitpakken ben en aanstalten maak om mijn tent op te zetten komt de Oostenrijkse eigenaar aangelopen met de wielrenster die ik eerder al had opgemerkt. Tot mijn verbazing spreekt ze mij in het Nederlands aan. “Ja, jij bent ook Nederlands toch? Ik zag je gele kentekenplaat” en ze steekt haar hand uit, als ze zich voorstelt als Malou. Als de man vertrokken is blijf ik even met Malou wat beleefdheden uitwisselen en ik begrijp van haar dat ook zij al een hele tocht erop heeft zitten. Ze is met de trein naar Basel, in Zwitserland vertrokken, vandaar door naar München in Duitsland en vanaf daar verder per fiets en is nu op doortocht naar Wenen. Vervolgens beginnen we allebei aan onze tent op te zetten. Wanneer ik haar een plekje onder de appelbomen zie uitkiezen, waarschuw ik haar meteen. “Dat zou ik niet doen, ik had ook dat idee vanwege de schaduw, maar de appels vallen allemaal boven op je tent.” Waarop Malou wat aan de takken van de boom schudt en er inderdaad direct een vijftal appels op de grond neerploffen. En dus zet ze haar tentje tegenover mij neer onder de beschutting van enkele struiken, terwijl ik mijn schaduw krijg van de hoge zonnebloemen achter mijn tentje. Als Malou vertrokken is naar de geïmproviseerde douche die als ik haar mag geloven erg aangenaam is, besluit ik toch maar eens een restaurantje op te zoeken. Iets wat niet heel makkelijk blijkt in dit Oostenrijkse gehuchtje op zondagavond.
Uiteindelijk weet ik toch wat te vinden. Op zo’n vijftien minuten rijden van mijn standplaats, ontdek ik een leuk Oostenrijks eetcafé, met vriendelijk personeel. Ik bestel een (hoe kan het ook anders, in Oostenrijk?) wienerschnitzel. Hij smaakt mij erg goed en voldaan rij ik terug naar de kampeerplaats. Onderweg denk ik nog “had ik Malou niet moeten uitnodigen?” maar ik wil mezelf ook niet opdringen. Veel solo-reizigers zijn erg gehecht aan hun tijd alleen.
Terug op de camping loop ik Malou weer tegen het lijf. Na een kort praatje, stapt ze op de fiets op zoek naar wat te eten in de buurt. Binnen een half uur is ze alweer terug. Ze vertelt me dat ze bij een eetcafé stond die gesloten is, die de hele zomer gesloten is en dat ze het toen eigenlijk wel gehad had. Ik weet precies over welk café het gaat. Ik stond daar zelf ook nog niet zo lang geleden voor een gesloten deur. “Ik pluk straks wel illegaal wat fruit van de bomen hier” zegt ze tegen mij. Terwijl Malou een rondje over het terrein maak haal ik wat water voor thee op. Terwijl het water staat te koken, komt Malou terug en vraagt met een bescheiden, bijna verlegen toon “vind je het goed als ik wat water van je biets?” Met een glimlach antwoord ik “Ik had er eigenlijk al een beetje rekening mee gehouden om hem extra vol te gooien.” Ze haalt een beker uit haar tent en ik schenk deze goed vol. “Moet je er niet ook een theezakje bij?” vraag ik. “Ja dat is wel handig.” Ze lacht als ik haar een theezakje toegooi. “Green tea lemon, mijn favoriet. Die drink ik thuis ook altijd.” Wat mij doet teruglachen, omdat ik thuis ook bijna geen andere theedrink dan deze. We raken in gesprek. In het begin over koetjes en kalfjes, maar gaan ook steeds meer en meer de diepte in. Marlou, die tweeëndertig jaar oud is en in Arnhem woont, vertelt dat ze eigenlijk deze reis met haar vriend wilde doen, maar enkele weken voor haar vertrek ging haar relatie uit en dus besloot ze om de reis alleen te doen. Voor ons beiden blijkt deze reis dus een emotioneel beladen reis te zijn. Ik vertel haar verhalen over Ruud. We zijn allebei erg openhartig naar elkaar toe. Terwijl we elkaar pas net ontmoet hebben, maar het voelt gewoon goed. Als de zon ondergaat achter de groene Oostenrijkse velden, komen er twee dames van halverwege de twintig het pad opgelopen. Ik hoor meteen enkele Nederlandse woorden en fluister tegen Malou: “Dit ga je niet menen, dat zijn ook Nederlanders!” Eén van de meiden, die mij gehoord heeft, roept het uit: “Zijn jullie ook Nederlanders dan?” Uit haar volgende woorden blijkt dat ze denkt dat we samen op pad zijn. Waarschijnlijk door de goede klik en geanimeerde gesprekken die we hadden, voordat de twee dames ons kwamen onderbreken. Ik antwoord lachend “Nee, we kennen elkaar pas sinds een uur of vier.”
Na een klein gesprekje gaan de twee vrouwen hun eigen weg naar hun tent. Ik pak het gesprek met Malou weer op “Hoe is het mogelijk, dat op deze kleine kampeerplaats in ‘the middle of nowhere’ op het Oostenrijkse platteland, drie tenten staan en deze alle drie van Nederlanders zijn.” Malou antwoord direct. “Ja, bizar! Hadden we ze niet moeten uitnodigen voor een kopje thee?” maar ik voelde wat dat betreft feilloos aan dat ze duidelijk met zijn tweeën op pad waren en niet zo veel behoefte hadden om bij ons aan te schuiven, aan de manier hoe graag ze wilden doorlopen.
Nog zeker een uur blijven we in gesprek. Totdat Malou uiteindelijk toch besluit dat het mooi is geweest en naar bed gaat. Ook ik ga, met een grote glimlach, mijn tent in. Wat was ik hieraan toe. Gewoon een leuke ontmoeting en fijne gesprekken met een bijzonder persoon.
- Mijn nieuwe slaapplaats
- De zonnebloemen achter mijn tentje
- De zonnebloem



